Alsjeblieft! Dit is laag 2 van Pensioen 1-2-3

Je leest wat je wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. In deze laag 2 staan alle belangrijke kenmerken van onze pensioenregeling. Je leest hier meer over de onderwerpen in laag 1.

Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen
Laag 1:jouw pensioenregeling in het kort.
Laag 2 : meer informatie over alle onderwerpen.
Laag 3: álle regels en het beleid van ons pensioenfonds.

Lees je de informatie liever op papier? Vraag dit dan aan via contact.

Wat krijg je in onze pensioenregeling?

ouderdomspensioen

Je krijgt ouderdomspensioen vanaf je 68e jaar

Je bouwt bij ons ouderdomspensioen op voor later. Je neemt namelijk via jouw werkgever deel aan onze pensioenregeling. Je krijgt dit pensioen zolang je leeft. Elke maand krijg je een bedrag op jouw rekening.

Hoeveel pensioen je precies gaat krijgen hangt af van je salaris en hoelang je bij je werkgever in dienst blijft.

Pensioenfonds APF heeft 2 pensioenregelingen. Iedereen bouwt pensioen op in de basisregeling. Als je in 2020 meer verdient dan € 71.716,- (AkzoNobel) of € 72.241,- (Nouryon) neem je ook deel aan de excedentregeling.

De basisregeling is een middelloonregeling. In een middelloonregeling bouw je elk jaar een stukje van je uiteindelijke pensioen op. Als je met pensioen gaat tellen we alle stukjes pensioen bij elkaar op. Hoeveel pensioen je in een jaar opbouwt is afhankelijk van je salaris. De hoogte van je uiteindelijke pensioen is gebaseerd op je gemiddelde salaris tijdens je loopbaan. Vandaar de term ‘middelloon’.

De excedentregeling is een beschikbarepremieregeling. In een beschikbarepremieregeling wordt elke maand premie ingelegd. De premie wordt belegd. De ingelegde premie én de beleggingsrendementen vormen samen je pensioenkapitaal. Als je met pensioen gaat gebruik je het kapitaal om een levenslange pensioenuitkering in te kopen. Hoeveel pensioen je in de excedentregeling opbouwt is dus sterk afhankelijk van beleggingsrendementen.

partnerenwezenpensioen

Je partner en kinderen krijgen een pensioen als je overlijdt

Overlijd je? Dan krijgt je partner partnerpensioen. En je kinderen krijgen wezenpensioen. Je partner krijgt misschien ook een tijdelijk partnerpensioen.

Naast het ouderdomspensioen voor jezelf, bouw je ook een partnerpensioen en wezenpensioen op. Als je overlijdt, krijgen je partner en kinderen dit pensioen. Hoeveel partnerpensioen je partner krijgt, hangt af van het moment waarop je overlijdt.

Als je overlijdt tijdens je dienstverband bij je huidige werkgever krijgt je partner 70% van het te bereiken ouderdomspensioen. Als je overlijdt als je niet meer in dienst bent, krijgt je partner het opgebouwde partnerpensioen. Dit is in principe 70% van jouw opgebouwde ouderdomspensioen.

Je partner krijgt het partnerpensioen vanaf jouw overlijden, totdat je partner zelf overlijdt. Wanneer je uit dienst treedt of met pensioen gaat kun je kiezen om het partnerpensioen in te ruilen voor extra ouderdomspensioen. Je partner moet hier wel mee instemmen. Andersom kan ook: extra partnerpensioen in ruil voor een lager ouderdomspensioen.

Het wezenpensioen is geen levenslange uitkering. Je (eventuele) kinderen krijgen het wezenpensioen tot 18 jaar. Studerende kinderen krijgen tot 27 jaar het wezenpensioen.

Op je Uniform Pensioenoverzicht zie je de precieze bedragen voor je partner en kinderen. Kijk daarvoor bij Mijn pensioen. Daar log je in met je DigiD.

Mijn pensioen

arbeidsongeschiktheid

Je blijft pensioen opbouwen als je arbeidsongeschikt bent

Word je minstens 35% arbeidsongeschikt? Dan blijf je toch pensioen opbouwen. Je betaalt daarvoor dan geen premie meer. Als je volledig arbeidsongeschikt raakt, krijg je in sommige gevallen ook een arbeidsongeschiktheidspensioen van het fonds.

Je krijgt het arbeidsongeschiktheidspensioen als je volledig arbeidsongeschikt bent en je een inkomen had dat boven de € 57.232,-  lag. Het arbeidsongeschiktheidspensioen is een aanvulling op de uitkering van UWV. De uitkering van UWV is namelijk gebaseerd op een percentage van je salaris en bovendien is het salaris waarover je een uitkering kunt krijgen gemaximeerd tot € 57.232,- (in 2020). Over het inkomen tot € 57.232,- krijg je een kleine aanvulling als je een WGA-uitkering hebt.

Heb je een WGA-uitkering, dan vult het arbeidsongeschiktheidspensioen deze uitkering aan tot maximaal 75% van je salaris voordat je arbeidsongeschikt werd. In het geval van een IVA-uitkering vullen we aan tot maximaal 80% van je salaris voordat je arbeidsongeschikt werd. De uitkering stopt als je AOW krijgt.

Het arbeidsongeschiktheidspensioen zorgt voor je inkomen nu. Je inkomen later is ook geregeld. Je blijft tijdens arbeidsongeschiktheid namelijk ook pensioen opbouwen als je voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent. Jij en je werkgever betalen hier geen premie voor. Het pensioenfonds betaalt de premie.

reglement

Je vindt alle regels in ons pensioenreglement

Wil je precies weten wat de regels zijn? Kijk dan in ons pensioenreglement in laag 3. Lees je ons reglement liever op papier? Je vraagt dit makkelijk aan via contact. Kijk ook op deze website. Of kijk bij Mijn pensioen. Daar log je in met je DigiD.

Mijn pensioen

Wat krijg je in onze pensioenregeling niet?


geen netto pensioen

Je bouwt geen pensioen op boven € 110.111,-

Je bouwt geen pensioen op boven je salaris van € 110.111,- (in 2020).

Verdien je meer dan € 110.111,- bruto op jaarbasis? Dan bouw je over je salaris daarboven geen pensioen op. De fiscale regels maken dit niet mogelijk. Het verschil tussen je inkomen nu en later wordt hierdoor groter.

Houd er rekening mee dat je uiteindelijke pensioen een stuk lager is dan je salaris nu. Of je misschien zelf extra moet sparen voor je pensioen zie je bij Mijn pensioen. Daar log je in met je DigiD. Als het nodig is kun je zelf extra pensioen regelen. Dit kun je op verschillende manieren doen. Bijvoorbeeld via een financieel product, zoals banksparen of een lijfrenteverzekering. Het pensioenfonds kan en mag je niet helpen bij het afsluiten van deze producten. Je moet dit via een financieel adviseur regelen.

Mijn pensioen

geen arbeidsongeshiktheidpensioen

Je krijgt geen uitkering als je arbeidsongeschikt wordt

Ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt? Of lag je inkomen onder de € 57.232,- (in 2020) toen je arbeidsongeschikt werd? Dan is er geen arbeidsongeschiktheidspensioen bij Pensioenfonds APF voor je geregeld.

Je kunt wel in aanmerking komen voor een uitkering van UWV. Ook via je werkgever kun je recht hebben op een aanvulling op je inkomen.

Ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt, dan is er geen arbeidsongeschiktheidspensioen bij Pensioenfonds APF voor je geregeld. Je kunt wel in aanmerking komen voor een uitkering van UWV. Ook via je werkgever kun je recht hebben op een aanvulling op je inkomen.

Hoe bouw je pensioen op?

driepijlers

A. Algemene Ouderdomswet (AOW)
A. Vanaf je AOW-leeftijd krijg je AOW van de overheid. Jouw AOW-leeftijd hangt af van je geboortedatum. De AOW-leeftijd stijgt de komende jaren. Hoeveel AOW je krijgt, is afhankelijk van je burgerlijke staat. Ook kan het zijn dat je minder AOW krijgt, omdat je niet altijd in Nederland hebt gewoond of gewerkt. Je vindt de precieze regels, de hoogte van de bedragen en jouw AOW-leeftijd op de website van de Sociale Verzekeringsbank: SVB.nl.

B. Pensioen dat je via je werk opbouwt
Je bouwt pensioen op bij Pensioenfonds APF, omdat je in dienst bent bij AkzoNobel of Nouryon. Elk jaar bouw je een deel van jouw pensioen op. Je krijgt 1 keer per jaar een Uniform Pensioenoverzicht (UPO).

Pensioenfonds APF heeft 2 pensioenregelingen. Iedereen bouwt pensioen op in de basisregeling. Als je in 2020 meer verdient dan € 71.716,- (AkzoNobel) of € 72.241,- (Nouryon) neem je ook deel aan de excedentregeling. In deze Pensioen 1-2-3 en op de website lees je meer over onze pensioenregelingen.

Kijk ook op mijnpensioenoverzicht.nl. Je vindt er een overzicht van jouw AOW en pensioen bij al jouw werkgevers. Je ziet ook wat je netto krijgt.

C. De pensioenaanvulling waar je zelf voor zorgt
Je kunt jouw AOW en pensioen zelf aanvullen. Bijvoorbeeld met spaargeld of banksparen. Of met een verzekering, zoals een lijfrente. Of je het nodig vindt om extra pensioen op te bouwen, hangt af van jouw eigen situatie en wensen. Je kunt zelf een berekening van jouw pensioen maken. Dat doe je bij Mijn pensioen. Daar log je in met je DigiD.

Mijn pensioen

Komt je er niet uit? Vraag dan een financieel adviseur om je te helpen bij het maken van keuzes. Of kijk op nibud.nl  voor de Pensioenschijf-van-vijf.

middelloon

Je bouwt pensioen op in een middelloonregeling

In de basisregeling bouw je in 2020 tot je salaris van € 71.716,- (voor Nouryon: € 72.241,- ) pensioen op via een middelloonregeling. Je bouwt ieder jaar een stukje van je uiteindelijke pensioen op. Je totale pensioen is de optelsom van al die stukjes. Je krijgt dit pensioen vanaf je pensioendatum. En zolang je leeft. Dit heet een middelloonregeling.

Je bouwt ieder jaar een stukje van je uiteindelijke pensioen op. Hoeveel pensioen je in een jaar opbouwt is afhankelijk van een aantal factoren. Allereerst de pensioengrondslag: dit is het deel van je salaris dat meetelt voor je pensioen. In de basisregeling is dit je salaris vanaf € 14.167,- tot € 71.716,- (AkzoNobel) of € 72.241,- (Nouryon). Je bouwt namelijk niet over je hele salaris pensioen op, omdat je later ook AOW krijgt. Het deel van je salaris dat niet meetelt voor je pensioenopbouw (€ 0,- tot € 14.167,-) noemen we de franchise. Als je meer verdient dan € 71.716,- (AkzoNobel) of € 72.241,- (Nouryon) geldt daarvoor de excedentregeling.

opbouw

Je opbouwpercentage is 1,618% in 2020

Je bouwt over je pensioengrondslag pensioen op. In de basisregeling is dat je pensioengevend salaris minus de franchise.

Het pensioengevend salaris is je bruto vaste jaarsalaris, inclusief het vakantiegeld, de vaste ploegendiensttoeslag, vaste persoonlijke toeslagen en de variabele inkomensbestanddelen. Het pensioengevend salaris is nooit hoger dan € 110.111,-.

De franchise is voor iedereen hetzelfde en is € 14.167,- (in 2020).

In de basisregeling is de pensioengrondslag je salaris vanaf € 14.167,- tot € 71.716,- (AkzoNobel) of € 72.241,- (Nouryon). Je bouwt niet over je hele salaris pensioen op, omdat je later ook AOW krijgt.

Als je in 2020 meer verdient dan € 71.716,- (AkzoNobel) of € 72.241,- (Nouryon) geldt voor het meerdere (tot maximaal € 110.111,-)  de excedentregeling. Dat is de beschikbare premieregeling.

pensioenpremie

Jij en je werkgever betalen samen de kosten voor je pensioen

Jij en je werkgever betalen samen de kosten voor je pensioen. Je werkgever houdt jouw bijdrage in op je brutosalaris. Je ziet op je salarisstrook hoeveel geld jij betaalt voor je pensioen. Voor de basisregeling betaalt de werkgever ook een deel van de premie. In de beschikbare premieregeling betaal je de premie helemaal.

Welke keuzes heb je zelf?

waardeoverdracht

Je pensioen meenemen

Krijg je een nieuwe baan? Dan kun je het pensioen dat je eerder opbouwde meenemen naar je nieuwe pensioenfonds. Dat noemen we waardeoverdracht.

Het is lastig om te beoordelen of waardeoverdracht gunstig is voor jou. Als je kiest voor waardeoverdracht wordt het pensioen dat je eerder hebt opgebouwd omgerekend naar een pensioen in je nieuwe pensioenregeling. Omdat pensioenregelingen van elkaar verschillen kan waardeoverdracht dus gevolgen hebben voor de hoogte van je pensioen. De waarde van je pensioen blijft wel altijd hetzelfde. Een financieel adviseur kan je helpen om deze keuze te maken.

Je regelt waardeoverdracht altijd bij je nieuwe pensioenfonds. Daar dien je  een verzoek voor waardeoverdracht in. Vervolgens ontvang je een offerte. Op de offerte staat hoeveel pensioen je krijgt in de nieuwe pensioenregeling. Pas als je akkoord gaat met de offerte wordt de waardeoverdracht in gang gezet.

pensioenvergelijker

Je pensioen vergelijken

Wil je jouw pensioenregeling vergelijken met een andere pensioenregeling? Dat doe je met de pensioenvergelijker in laag 3, voor een vergelijking van de basispensioenregeling en voor de excedentpensioenregeling.

ruilen

Ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen

Als je met pensioen gaat kun je een deel van je ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen.

Als je met pensioen gaat kun je kiezen voor een andere verdeling tussen het ouderdomspensioen en partnerpensioen. Je kunt besluiten om ouderdomspensioen in te ruilen voor partnerpensioen.

Je krijgt hierdoor een lager ouderdomspensioen, maar als je overlijdt krijgt je partner wel een hoger partnerpensioen. Er gelden wel grenzen. Zo kan het partnerpensioen nooit hoger worden dan het ouderdomspensioen.

ruilen

Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen

Als je met pensioen gaat kun je partnerpensioen uitruilen voor ouderdomspensioen.

Als je partner zelf een pensioen heeft is het misschien niet nodig om een partnerpensioen te regelen. Je kunt er dan voor kiezen om het partnerpensioen in te ruilen voor ouderdomspensioen. Het ouderdomspensioen wordt hierdoor hoger, het partnerpensioen lager. Je partner moet het wel eens zijn met deze keuze.

Als je geen partner hebt wordt het partnerpensioen automatisch ingeruild voor een hoger ouderdomspensioen.

vervroegen_uitstellen

Eerder met pensioen gaan

Je kunt eerder met pensioen gaan dan de standaardleeftijd van 68 jaar. Je pensioen wordt hierdoor wel lager.

Je pensioen is berekend alsof je vanaf je 68e je pensioen krijgt
Je kunt kiezen om het pensioen eerder dan je 68e in te laten gaan maar niet later. Het pensioen dat je jaarlijks gaat krijgen wordt lager als je eerder met pensioen gaat.

Dat is ook wel logisch: je krijgt het pensioen namelijk langer uitgekeerd. Voor elk jaar dat het pensioen eerder in gaat, wordt het pensioen ongeveer 7% lager. Je kunt het pensioen op zijn vroegst op je 60e in laten gaan.

Het pensioenfonds gaat er vanuit dat je met pensioen gaat als je ook AOW krijgt. Dan stopt namelijk ook je arbeidsovereenkomst. Als jij op een ander moment met pensioen wilt gaan moet je dit zelf bij het pensioenfonds aangeven. Ook moet je dit met je werkgever afstemmen.

deeltijdpensioen

Voor een deel met pensioen gaan

Je kunt kiezen om alvast voor een deel met pensioen te gaan en ook voor een deel te blijven werken. Je laat een deel van je pensioen alvast in gaan en je krijgt voor het deel dat je werkt je salaris.

Als je kiest voor deeltijdpensioen ga je in deeltijd werken. Je krijgt daardoor minder salaris. Daarom laat je ook een deel van je pensioen al in gaan. Je kiest zelf wanneer je helemaal stopt met werken en je pensioen ook helemaal in laat gaan.

Je moet deeltijdpensioen in overleg met je werkgever regelen. Geef dit ook door aan Pensioenfonds APF. 

hoog_laag_laag_hoog

Eerst een hoger óf lager pensioen krijgen

Je kunt kiezen voor een variabele pensioenuitkering: de 1e jaren een wat hoger pensioen, en de jaren daarna een lager pensioen. Of juist andersom.

Standaard krijg je elke maand hetzelfde pensioenbedrag. Maar je kunt kiezen om de eerste jaren een hoger en daarna een lager pensioen te ontvangen. Bijvoorbeeld als je je hypotheek nog niet hebt afgelost, of nog geen AOW krijgt. Andersom is ook mogelijk: de eerste jaren een lager pensioen en daarna een hoger pensioen. Het lagere pensioen is minimaal 75% van het hogere pensioen. En de verandering van de hoogte van het pensioen kan uiterlijk op je 72e plaatsvinden.

Hoe zeker is je pensioen?

risico

Je loopt risico met je pensioen

De hoogte van je uiteindelijke pensioen staat niet vast. Een pensioenfonds heeft namelijk te maken met risico’s die invloed kunnen hebben op de hoogte van je pensioen:

  1. Mensen worden ouder
    Als de levensverwachting stijgt, wordt het pensioen duurder. Het pensioen moet namelijk langer worden uitgekeerd. Het pensioenfonds moet dan meer geld reserveren om het pensioen te kunnen betalen.
  2. De rente daalt
    Ook de rentestand heeft invloed op de financiële situatie van het pensioenfonds. Hoe lager de rente, hoe meer geld we nu al moeten reserveren. We krijgen namelijk minder inkomsten uit de rente. We moeten dus meer geld voor je pensioen reserveren.
  3. De beleggingen vallen tegen
    Het pensioengeld wordt belegd. Als de beleggingsrendementen tegenvallen, heeft dit weer invloed op de financiële situatie.
  4. Regelgeving
    Het kan voorkomen dat er nieuwe regels voor pensioenen gaan gelden. Bijvoorbeeld strengere regels over hoeveel pensioen je mag opbouwen. Of een verhoging van de pensioenleeftijd. De regelgeving kan dus ook invloed hebben op je pensioen.
indexatie

Wij proberen je pensioen elk jaar te verhogen

Dat lukt alleen als onze financiële situatie goed genoeg is. Vanaf 1 januari 2020 is de toeslagambitie gewijzigd. Vanaf die datum proberen we jouw pensioen mee te laten stijgen met de prijzen in plaats van met de lonen. We besluiten elk jaar of we jouw pensioen kunnen verhogen en met hoeveel. Het lukte de afgelopen jaren niet om de pensioenen ieder jaar te verhogen.

Ons pensioenfonds probeert je pensioen elk jaar te verhogen
Onze ambitie in de basisregeling is om je pensioen mee te laten groeien met de stijging van de lonen. Maar dat mag alleen als onze financiële situatie goed genoeg is. We besluiten dit elk jaar. We betalen de verhoging namelijk uit beleggingsrendementen.

De laatste 10 jaar veranderden wij de pensioenen zo
Op 1 januari 2020 was er geen verhoging van pensioen (over 2019). Je ziet ook of de stijging van de prijzen is goedgemaakt als je pensioen omhoog ging. Het is niet zeker of we de komende jaren je pensioen kunnen verhogen.Geld wordt door inflatie minder waard. Je kunt voor hetzelfde geld minder kopen. Dit geldt ook voor je pensioen. Daarom probeert Pensioenfonds APF het pensioen elk jaar te verhogen. Dat noemen we indexatie.

Datum verandering Verhoging van je pensioen Prijsstijging
1 januari 2019 0,55% 1,71%*
1 januari 2018 0,00% 1,38%*
1 januari 2017 0,00% 0,32%*
1 januari 2016 0,00% 0,65%*
1 januari 2015 1,59% 0,98%*
1 januari 2014 1,00% 2,51%*
1 januari 2013 0,50% 1,24%**
1 juli 2012 1,75% 2,14%***
1 juli 2011 1,50% 2,29%***
1 juli 2010 1,00% 1,70%****
1 januari 2010 0,75% 0,85%*****

*De prijsstijging van 1 januari tot en met 31 december van dat jaar.
**De prijsstijging in de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2012.
*** De prijsstijging van 1 juli van het voorgaande jaar tot en met 30 juni van het jaar van de toeslagverlening.
****De prijsstijging in de periode van 1 januari 2010 tot en met 30 juni 2010

tekort

Dit doen we als er een tekort is

Het is niet zeker of we de komende jaren jouw pensioen kunnen verhogen. Als het in de toekomst tegenzit, moeten we jouw pensioen misschien verlagen. We doen dit alleen als het niet anders kan. De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen niet verlaagd. Door de zeer sterke daling van de rente is de kans op een mogelijke verlaging van de pensioenen op termijn toegenomen. Het bestuur doet er uiteraard alles aan om een verlaging in de komende jaren te voorkomen, maar kan dit niet uitsluiten.

We hebben met de werkgever een vaste premie afgesproken. Niet meer, maar ook niet minder. Onder normale omstandigheden is de premie die de werkgever betaalt ruim voldoende om je pensioen te kunnen financieren, maar je hebt geen garantie. Als het slecht gaat met het pensioenfonds dan moet Pensioenfonds APF de financiële situatie van het fonds zelf herstellen. Bijvoorbeeld door geen indexatie te verlenen of de pensioenen te verlagen.

De financiële situatie is afhankelijk van verschillende factoren. Allereerst speelt de rentestand een belangrijke rol. Als de rente daalt, moeten we meer geld reserveren waardoor de financiële situatie verslechtert. Je kunt dit vergelijken met een spaarrekening. Als je over 20 jaar € 1.000,- nodig hebt en de rente is 1%, dan moet je nu € 820,- op je bankrekening hebben staan. Je krijgt namelijk rente en na 20 jaar kom je uit op € 1.000,-. Als de rente 4% in plaats van 1% is, hoef je nu maar € 456,- in kas te hebben om over 20 jaar ook op € 1.000,- uit te komen. Dit geldt ook voor pensioenfondsen: hoe lager de rente hoe meer geld we moeten reserveren.

Daarnaast spelen ook de beleggingskoersen een rol. Het pensioengeld wordt belegd. Als de beleggingsrendementen tegenvallen, heeft dit weer invloed op de financiële situatie. We hebben dan minder geld dan verwacht, waardoor onze financiële situatie verslechtert.

Tot slot kan het pensioen ook duurder worden omdat mensen ouder worden. Als de levensverwachting stijgt, moet het pensioen langer worden uitgekeerd, terwijl hier nooit premie voor is betaald. Het pensioenfonds moet dan meer geld reserveren om het pensioen te kunnen betalen.

We kunnen actie ondernemen om de financiële situatie weer op niveau te krijgen. Allereerst kan het pensioenfonds besluiten om de pensioenen niet te indexeren (verhogen). Het pensioen dat je opbouwt wordt dan niet verhoogd. Hierdoor wordt de koopkracht van je pensioen lager: je kunt van je pensioen minder kopen. Het is niet zeker of we de komende jaren je pensioen kunnen verhogen.

Een andere maatregel is dat er in een jaar minder pensioen wordt opgebouwd. Het opbouwpercentage wordt dan verlaagd.

Een laatste en de meest extreme maatregel is: de pensioenen verlagen. Dit doen we alleen in het uiterste geval.

Welke kosten maken wij?

kosten

Pensioenfonds APF maakt deze kosten om de pensioenregeling uit te voeren:

  • kosten voor de administratie
  • kosten om het pensioengeld te beheren

We zijn transparant over deze kosten en kijken kritisch naar het geld dat we uitgeven.

Uitvoeringskosten zijn kosten die gemaakt worden voor de administratie, communicatie en bijvoorbeeld de uitbetaling van de pensioenuitkeringen. De uitvoeringskosten bij Pensioenfonds APF zijn € 126 per deelnemer. In totaal is dit € 4,6 miljoen.

Vermogensbeheerkosten zijn kosten die gemaakt worden voor het beleggen van het pensioengeld. Beleggen van geld brengt kosten met zich mee. Pensioenfonds APF betaalt bijvoorbeeld vermogensbeheerders. Ook zijn er transactiekosten. Dit zijn kosten voor het kopen of verkopen van beleggingen. De vermogensbeheerkosten zijn € 25,9 miljoen, waarvan € 4,6 miljoen transactiekosten zijn.

In laag 3 vind je het jaarverslag met een specificatie van de kosten die Pensioenfonds APF maakt.

Wanneer moet je in actie komen?

waardeoverdracht

Als je van baan verandert

Als je van baan verandert. Je kunt het pensioen dat je opbouwde meenemen naar je nieuwe pensioenfonds. Dit heet waardeoverdracht.

Het is lastig om te beoordelen of waardeoverdracht gunstig is voor jou. Als je kiest voor waardeoverdracht wordt het pensioen dat je eerder hebt opgebouwd omgerekend naar een pensioen in je nieuwe pensioenregeling. Omdat pensioenregelingen van elkaar verschillen kan waardeoverdracht dus gevolgen hebben voor de hoogte van je pensioen. De waarde van je pensioen blijft wel altijd hetzelfde. Een financieel adviseur kan je helpen om deze keuze te maken.

Je regelt waardeoverdracht altijd bij je nieuwe pensioenfonds. Daar dien je  een verzoek voor waardeoverdracht in. Vervolgens ontvang je een offerte. Op de offerte staat hoeveel pensioen je krijgt in de nieuwe pensioenregeling. Pas als je akkoord gaat met de offerte wordt de waardeoverdracht in gang gezet.

arbeidsingeschiktheidspensioen

Als je arbeidsongeschikt wordt. Of als er iets verandert

Als je arbeidsongeschikt raakt. Of als er iets verandert in de mate van arbeidsongeschiktheid.Als je arbeidsongeschikt raakt, kun je een arbeidsongeschiktheidspensioen krijgen bij een salaris dat hoger is dan de WIA-grens (2020: € 57.232.-)

Pensioenfonds APF informeert je over de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Je hoeft niets aan ons door te geven. We krijgen de gegevens namelijk van UWV. Op de website UWV.nl lees je meer over de uitkering die je van UWV krijgt.

samenwonen_trouwen

Als je gaat trouwen of samenwonen. Of als je geregistreerd partner wordt

Als je gaat trouwen of samenwonen. Of als je een geregistreerd partnerschap aangaat. Dan is er een partnerpensioen geregeld voor je partner als jij overlijdt.

In geval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap is er automatisch partnerpensioen geregeld. Je hoeft zelf niet in actie te komen.

Maar als je ongehuwd samenwoont, heeft je partner niet automatisch recht op partnerpensioen als je overlijdt. Om je partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet je een notarieel samenlevingscontract hebben. Een kopie van dat contract moet je naar ons opsturen. Meld je partner aan bij Mijn pensioen. Daar log je in met je DigiD.

Mijn pensioen

scheiden

Als je gaat scheiden of niet meer samenwoont. Of als je geregistreerd partnerschap stopt

Als je gaat scheiden of niet meer samenwoont. Of als je geregistreerd partnerschap stopt. Als je uit elkaar gaat, heeft dit ook gevolgen voor je pensioen. Wil je dat het pensioenfonds de betaling aan je ex-partner regelt? Meld je scheiding dan binnen 2 jaar bij Pensioenfonds APF.

In de wet is geregeld dat de helft van je ouderdomspensioen dat je tijdens je huwelijk of geregistreerd partnerschap hebt opgebouwd naar je ex-partner gaat. Je kunt samen een andere verdeling afspreken. Als je wilt dat het pensioenfonds de verdeling regelt, moet je je scheiding binnen 2 jaar melden bij Pensioenfonds APF. Wij zorgen dan voor de verdeling zoals je deze met je ex-partner hebt afgesproken.

Het partnerpensioen dat je tot aan het einde van je relatie hebt opgebouwd is voor je ex-partner. We noemen dit bijzonder partnerpensioen. Dit geldt ook als je officieel samenwoont. Je mag ook afzien van bijzonder partnerpensioen.

Op deze website lees je hoe je jouw afspraken doorgeeft aan Pensioenfonds APF. Kijk bij  Wat te doen bij… scheiden  of  Wat te doen bij … einde samenwonen.

Het is belangrijk dat je je partner afmeldt als je het samenlevingscontract beëindigt. Dat doe je bij Mijn pensioen. Daar log je in met je DigiD.

Mijn pensioen

verhuizen

Als je verhuist naar of in het buitenland

Als je naar of in het buitenland verhuist moet je je nieuwe adres doorgeven aan het pensioenfonds.

Als je naar het buitenland verhuist, sta je niet meer in de gemeentelijke basisadministratie. De gemeente geeft de gegevens over je burgerlijke staat en je adres door aan Pensioenfonds APF zolang je in Nederland woont. Als je in het buitenland woont, moet je deze zaken zelf aan ons doorgeven.

Ook bouw je geen AOW op als je in het buitenland woont. Op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB.nl) lees je wat de gevolgen hiervan zijn.

Houd er ook rekening mee dat er in het buitenland andere belastingregels gelden. Dit kan invloed hebben op je pensioen.

werkloos

Als je werkloos wordt

Als je werkloos wordt, stopt ook je pensioenopbouw. Het pensioen dat je hebt opgebouwd blijft gewoon van jou.

Je hoeft het ons niet te laten weten als je werkloos wordt
Je werkgever geeft dit aan ons door.

Je krijgt een overzicht van jouw pensioen als je uit dienst gaat
Daarna vind je ieder jaar jouw pensioenoverzicht bij Mijn pensioen. Eens in de 5 jaar krijg je van ons een overzicht van jouw pensioen bij dit pensioenfonds.

meerminderwerken

Als je meer of minder gaat werken

Als je meer of minder gaat werken, heeft dit ook gevolgen voor je pensioen. Je hoeft niets door te geven aan het pensioenfonds. We krijgen deze gegevens namelijk via de werkgever.

Hoeveel pensioen je opbouwt is berekend op basis van je fulltime salaris. Als je niet fulltime werkt, wordt je jaarlijkse pensioenopbouw vermenigvuldigd met je parttimepercentage. Je bouwt naar verhouding dus minder pensioen op.

verlof

Als je met onbetaald verlof gaat

Als je met onbetaald verlof gaat, stopt je pensioenopbouw. Je krijgt namelijk ook geen salaris. Maar je blijft wel nog 18 maanden verzekerd voor nabestaandenpensioen. Je verlof heeft dus geen gevolgen voor de hoogte van je nabestaandenpensioen.

Je hoeft je verlof niet bij Pensioenfonds APF te melden. We krijgen deze gegevens namelijk via je werkgever door.

mijnpensioenoverzicht

Kijk minstens 1 keer per jaar op mijnpensioenoverzicht.nl

Kijk tenminste 1 keer per jaar hoeveel pensioen je hebt:

  • bij Mijn pensioen, voor uw pensioen bij ons.
  • op mijnpensioenoverzicht.nl voor jouw AOW en al het pensioen dat je opbouwde. Je ziet ook wat je netto krijgt.

Mijn pensioen

keuze

Als je een eigen keuze wilt maken voor je pensioen

Je hebt verschillende keuzes bij ingang van je pensioen. Kijk bij Welke keuzes heb je zelf?

Persoonlijke gegevens

Persoonlijke gegevens

Dit onderdeel gebruik je alleen als je een pensioenoverzicht hebt ontvangen. Hieronder leggen we graag de gegevens verder uit.

Pensioenuitvoerder
Het fonds waar je pensioen opbouwt.

Soort pensioenregeling
Je hebt een bruto uitkeringsovereenkomst. Dit is een pensioenregeling waarbij je een vaste pensioenaanspraak opbouwt.

Je salaris dat meetelt voor je pensioenregeling
Dit is het deel van je salaris waarover je pensioen opbouwt. Bijvoorbeeld je maandelijks salaris. Maar soms bouw je over meer onderdelen op. Dit noemen we het pensioengevend salaris. Je vindt alle onderdelen die meetellen in het reglement in laag 3.

Je bouwt geen pensioen op over...
Over een gedeelte van het salaris bouw je geen pensioen op. Dit noemen we de franchise.

Salaris waarover je wel pensioen opbouwt
Dit is het deel dat wordt gebruikt om je pensioenopbouw te berekenen. Dit noemen we de pensioengrondslag.

Percentage jaarlijkse pensioenopbouw
Je bouwt elk jaar pensioen op over een deel van je pensioengrondslag. Dit is een percentage. We noemen dit je opbouwpercentage.

Factor A (voor uw belastingaangifte)

Heb je meerdere pensioenoverzichten ontvangen? Dan moet je de factor A bedragen op deze pensioenoverzichten bij elkaar tellen. Wil je een berekening maken van je fiscale ruimte? Gebruik dan de Rekenhulp Lijfrentepremie van de Belastingdienst. Dat vind je op belastingdienst.nl. Je financieel adviseur kan je hierbij ook helpen.

vragen

Als je vragen hebt

Als je vragen hebt. Bijvoorbeeld over wat je zelf moet doen. Of over de keuzes die je hebt voor je pensioen. Kijk op deze website. Of neem contact met ons op.

Meer weten over...

…jouw pensioen bij ons? Ga naar laag 3. Je vindt ook veel informatie en antwoorden op deze website.

…jouw totale pensioen? Kijk op mijnpensioenoverzicht.nl.

Mijn pensioen