Hoe zeker is je pensioen?

risico

Je loopt risico met je pensioen

De hoogte van je uiteindelijke pensioen staat niet vast. Een pensioenfonds heeft namelijk te maken met risico’s die invloed kunnen hebben op de hoogte van je pensioen:

  1. Mensen worden ouder
    Als de levensverwachting stijgt, wordt het pensioen duurder. Het pensioen moet namelijk langer worden uitgekeerd. Het pensioenfonds moet dan meer geld reserveren om het pensioen te kunnen betalen.
  2. De rente daalt
    Ook de rentestand heeft invloed op de financiële situatie van het pensioenfonds. Hoe lager de rente, hoe meer geld we nu al moeten reserveren. We krijgen namelijk minder inkomsten uit de rente. We moeten dus meer geld voor je pensioen reserveren.
  3. De beleggingen vallen tegen
    Het pensioengeld wordt belegd. Als de beleggingsrendementen tegenvallen, heeft dit weer invloed op de financiële situatie.
  4. Regelgeving
    Het kan voorkomen dat er nieuwe regels voor pensioenen gaan gelden. Bijvoorbeeld strengere regels over hoeveel pensioen je mag opbouwen. Of een verhoging van de pensioenleeftijd. De regelgeving kan dus ook invloed hebben op je pensioen.
indexatie

Wij proberen je pensioen elk jaar te verhogen

Dat lukt alleen als onze financiële situatie goed genoeg is. Vanaf 1 januari 2020 is de toeslagambitie gewijzigd. Vanaf die datum proberen we jouw pensioen mee te laten stijgen met de prijzen in plaats van met de lonen. We besluiten elk jaar of we jouw pensioen kunnen verhogen en met hoeveel. Het lukte de afgelopen jaren niet om de pensioenen ieder jaar te verhogen.

Ons pensioenfonds probeert je pensioen elk jaar te verhogen
Onze ambitie in de basisregeling is om je pensioen mee te laten groeien met de stijging van de lonen. Maar dat mag alleen als onze financiële situatie goed genoeg is. We besluiten dit elk jaar. We betalen de verhoging namelijk uit beleggingsrendementen.

De laatste 10 jaar veranderden wij de pensioenen zo
Op 1 januari 2020 was er geen verhoging van pensioen (over 2019). Je ziet ook of de stijging van de prijzen is goedgemaakt als je pensioen omhoog ging. Het is niet zeker of we de komende jaren je pensioen kunnen verhogen.Geld wordt door inflatie minder waard. Je kunt voor hetzelfde geld minder kopen. Dit geldt ook voor je pensioen. Daarom probeert Pensioenfonds APF het pensioen elk jaar te verhogen. Dat noemen we indexatie.

Datum verandering Verhoging van je pensioen Prijsstijging
1 januari 2019 0,55% 1,71%*
1 januari 2018 0,00% 1,38%*
1 januari 2017 0,00% 0,32%*
1 januari 2016 0,00% 0,65%*
1 januari 2015 1,59% 0,98%*
1 januari 2014 1,00% 2,51%*
1 januari 2013 0,50% 1,24%**
1 juli 2012 1,75% 2,14%***
1 juli 2011 1,50% 2,29%***
1 juli 2010 1,00% 1,70%****
1 januari 2010 0,75% 0,85%*****

*De prijsstijging van 1 januari tot en met 31 december van dat jaar.
**De prijsstijging in de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2012.
*** De prijsstijging van 1 juli van het voorgaande jaar tot en met 30 juni van het jaar van de toeslagverlening.
****De prijsstijging in de periode van 1 januari 2010 tot en met 30 juni 2010

tekort

Dit doen we als er een tekort is

Het is niet zeker of we de komende jaren jouw pensioen kunnen verhogen. Als het in de toekomst tegenzit, moeten we jouw pensioen misschien verlagen. We doen dit alleen als het niet anders kan. De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen niet verlaagd. Door de zeer sterke daling van de rente is de kans op een mogelijke verlaging van de pensioenen op termijn toegenomen. Het bestuur doet er uiteraard alles aan om een verlaging in de komende jaren te voorkomen, maar kan dit niet uitsluiten.

We hebben met de werkgever een vaste premie afgesproken. Niet meer, maar ook niet minder. Onder normale omstandigheden is de premie die de werkgever betaalt ruim voldoende om je pensioen te kunnen financieren, maar je hebt geen garantie. Als het slecht gaat met het pensioenfonds dan moet Pensioenfonds APF de financiële situatie van het fonds zelf herstellen. Bijvoorbeeld door geen indexatie te verlenen of de pensioenen te verlagen.

De financiële situatie is afhankelijk van verschillende factoren. Allereerst speelt de rentestand een belangrijke rol. Als de rente daalt, moeten we meer geld reserveren waardoor de financiële situatie verslechtert. Je kunt dit vergelijken met een spaarrekening. Als je over 20 jaar € 1.000,- nodig hebt en de rente is 1%, dan moet je nu € 820,- op je bankrekening hebben staan. Je krijgt namelijk rente en na 20 jaar kom je uit op € 1.000,-. Als de rente 4% in plaats van 1% is, hoef je nu maar € 456,- in kas te hebben om over 20 jaar ook op € 1.000,- uit te komen. Dit geldt ook voor pensioenfondsen: hoe lager de rente hoe meer geld we moeten reserveren.

Daarnaast spelen ook de beleggingskoersen een rol. Het pensioengeld wordt belegd. Als de beleggingsrendementen tegenvallen, heeft dit weer invloed op de financiële situatie. We hebben dan minder geld dan verwacht, waardoor onze financiële situatie verslechtert.

Tot slot kan het pensioen ook duurder worden omdat mensen ouder worden. Als de levensverwachting stijgt, moet het pensioen langer worden uitgekeerd, terwijl hier nooit premie voor is betaald. Het pensioenfonds moet dan meer geld reserveren om het pensioen te kunnen betalen.

We kunnen actie ondernemen om de financiële situatie weer op niveau te krijgen. Allereerst kan het pensioenfonds besluiten om de pensioenen niet te indexeren (verhogen). Het pensioen dat je opbouwt wordt dan niet verhoogd. Hierdoor wordt de koopkracht van je pensioen lager: je kunt van je pensioen minder kopen. Het is niet zeker of we de komende jaren je pensioen kunnen verhogen.

Een andere maatregel is dat er in een jaar minder pensioen wordt opgebouwd. Het opbouwpercentage wordt dan verlaagd.

Een laatste en de meest extreme maatregel is: de pensioenen verlagen. Dit doen we alleen in het uiterste geval.