We werken als een team; niemand trekt het laken naar zichzelf toe

 Interview

Dubbelinterview met Han Jalink en Bart Kaster.

Han Jalink en Bart Kaster, de vertrekkend en de komend voorzitter van Pensioenfonds APF. Beiden hebben jarenlang bij AkzoNobel gewerkt, voordat ze bestuurslid werden het pensioenfonds. Han werkte 33 jaar bij Akzo Nobel en Bart 38 jaar. Een carrièreduur bij dezelfde werkgever die je tegenwoordig niet vaak meer ziet.

Waarom zijn jullie weggegaan bij AkzoNobel?
Han: Dat was heel onverwachts. Ik werkte in 2006 met een team om Organon BioSciences (OBS) van AkzoNobel af te splitsen. Organon zou naar de beurs gaan. Die beursgang ging helaas op het laatste moment niet door. Organon werd ondershands aan een andere partij verkocht en het hele managementteam vertrok.
Bart: Na 38 jaar AkzoNobel heb ik na de afsplitsing nog 3 jaar bij Nouryon gewerkt. Ik werkte in veel landen en bekleedde voor beide bedrijven internationaal bestuursfuncties. Ik kreeg in die periode op het hoofdkantoor vooral te maken met allerlei historisch gegroeide aansprakelijkheden van deze firma’s wereldwijd. De afhandeling daarvan was veelzijdig en interessant werk. Maar na 41 jaar was het welletjes.

Maar stilzitten doen jullie niet. Hoe zijn jullie bij het pensioenfonds terecht gekomen? 
Han: Kennelijk stond ik bij ons verantwoordingsorgaan op een lijst van oud juristen en economen. Ze zochten iemand met management ervaring en een juridische achtergrond. Ik was aanvankelijk wel verbaasd, want van pensioenen wist ik toen nog niet zo veel. Ik werd eerst aspirant-lid, na de nodige opleidingen en goedkeuring door de toezichthouder, volwaardig lid. Toen Kees Kuijken als voorzitter vertrok, ben ik hem opgevolgd. Inmiddels ben ik 10 jaar bestuurder. Daar kijk ik hier met plezier op terug. Het is verantwoordelijk en interessant werk. En ik heb mij er voor ingezet de belangen van alle deelnemers voorop te zetten. Dat was nodig gezien de wrijvingen die er tussen AkzoNobel en ons pensioenfonds voor mijn tijd geweest waren.
Bart: In 2017 werd ik gevraagd om namens de werkgever Akzo Nobel bestuurslid te worden. Ik werd verleid met de toezegging dat het me niet veel meer dan ‘’een uurtje in de week’’ zou gaan kosten. Dat bleek niet helemaal te kloppen, maar ik kreeg wel snel de smaak te pakken. Ik had toen weinig ervaring met pensioen en moest me wel eerst door de nodige taaie stof en jargon worstelen. Het duurt een jaar voordat je dat onder de knie hebt, maar dan wordt het ook heel interessant. Ik ben nu zeven jaar bestuurder en wil op nog eens vier jaar bijtekenen. Dat is overigens bijzonder, want volgens de regels kun je maar twee bestuursperiodes van twee keer vier jaar aanblijven. Dat is bedoeld om jongeren meer kans te geven ook een bestuursfunctie te vervullen. Maar we zitten op dit moment in een cruciale fase met ons fonds. Die fase vraagt om continuïteit. Het zou zonde zijn om de kennis die ik nu heb opgebouwd, midden in de overgangsfase naar de nieuwe pensioenregeling, verloren te laten gaan.

Waarom vertrek je als voorzitter?
Han: Ik heb het al die jaren met heel veel plezier gedaan. Maar 10 jaar duidt ook wel een beetje op een uit de hand gelopen hobby. Mijn bestuursperiode begon met de aanloop naar de invoering van het nieuwe pensioenstelsel. Althans, daar leek het toen op. Er volgden nog jaren van overleg voordat de kogel door de kerk ging voor dat nieuwe pensioenstelsel. De afgelopen drie jaar hebben we met het hele team hard gewerkt om in overleg met de werkgevers en werknemersvertegenwoordigers te komen waar we nu staan. De contouren van de nieuwe pensioenregeling zijn nu bekend. Dit is een moment waarop ik het stokje over durf te dragen aan Bart. Die het druk zal krijgen, want er moet nog heel veel gebeuren.

Waar kijk je met plezier op terug?
Han: Toen ik aantrad hadden we maar een heel  klein bestuursbureau om ons te ondersteunen. Daardoor waren wij als bestuurders erg veel met operationele zaken bezig. We hadden veel te weinig tijd om visie en beleid te ontwikkelen. Dat hebben we veranderd. We hebben nieuwe bestuurders aangetrokken die beter bij de nieuwe koers van ons fonds pasten. En we hebben ons hele bestuursbureau geprofessionaliseerd. Daar zitten nu heel goede mensen, met daaromheen een aantal externe adviseurs. De draai die we met ons fonds gemaakt hebben, doe je overigens niet van de ene op de andere dag. Dat is een proces van een aantal jaren dat we samen doorlopen hebben. Maar inmiddels staat er een stabiel professioneel team. Ook is onze financiële positie sterk verbeterd. 
Bart: Je zegt het kort, maar het was echt een behoorlijke operatie om ons fonds professioneler te maken. Je vergeet nog te melden dat we na 2018 ook te maken kregen met vier werkgevers door de verdere splitsing van AkzoNobel. Het was echt wel een uitdaging om als fonds een eenheid te blijven en anderzijds voldoende afspiegeling van de vier aangesloten ondernemingen te zijn. Bovendien worden de aan bestuurders gestelde eisen steeds strenger. Het is een uitdaging om binnen AkzoNobel, Nouryon, Nobian of Salt Specialties de juiste mensen te vinden die aan al die eisen kunnen en willen voldoen. Zowel voor het bestuur als voor ons verantwoordingsorgaan. En als je eenmaal bestuurder bent, duurt het ook nog wel twee tot drie jaar voordat je helemaal ingewerkt bent.
Han: Daarom is het ook goed dat we met de invulling van mijn vacature een professionele belegger als bestuurder hebben kunnen aantrekken. Daarmee is er een betere balans tussen vertegenwoordiging in het fonds vanuit de ondernemingen en anderzijds externe professionaliteit. Bovendien hebben we met de benoeming van Erna Boogaard  ook de man-vrouw verdeling in ons bestuur verbeterd. Ook is de gemiddelde leeftijd in ons bestuur verlaagd.

Wat staat voor jou als nieuwe voorzitter op nummer één?
Bart: Veel blijft natuurlijk hetzelfde, want onder Han’s voorzitterschap hebben we een goede organisatie neergezet. De grote uitdaging waar we nu voor staan is ons pensioenfonds in één keer foutloos over te laten gaan naar de nieuwe regels voor pensioen. Zonder kleerscheuren en met tevreden deelnemers. Die overgang vindt plaats op 1 januari 2026. Voor het zover is, moet er nog veel gebeuren. We hebben onlangs uitgerekend dat het gemiddelde pensioen dat iemand bij ons fonds ontvangt ongeveer vergelijkbaar is met een modaal inkomen. Dat is het inkomen waarvan onze deelnemers de rest van hun leven moeten kunnen rondkomen. De verantwoordelijkheid die wij bij de overgang hebben, is om dat inkomen netjes naar de nieuwe regels voor pensioen te navigeren. Met naar verwachting nog iets er bij wegens herverdeling van reserves. Een uiterst zinvolle en verantwoordelijke bezigheid, waar we gelukkig regelmatig waardering van onze deelnemers voor krijgen.
Han: Het motiveert inderdaad dat wij regelmatig van onze deelnemers horen dat zij blij zijn dat we alles netjes voor hen regelen. Het is een tijdrovende taak, een leuke, met veel verantwoordelijkheid. Het is fijn dat dat ook gezien wordt door onze deelnemers.

Zijn jullie klaar voor de overgang naar de nieuwe regels voor pensioen?
Bart: Ja, we zijn er klaar voor in de zin dat we weten wat we aan het doen zijn en weten wat we nog moeten doen. Bestuur, bestuursbureau, verantwoordingsorgaan en raad van toezicht staan op scherp. We vormen met elkaar, ieder vanuit zijn of haar eigen rol, een hecht team. Ook is de samenwerking met de werkgevers en onze pensioenuitvoerder Achmea Pensioen Services goed. Iedereen realiseert zich dat we samen op weg zijn naar het einddoel. Niemand probeert het laken naar zichzelf toe te trekken. Tuurlijk zijn er wel eens verschillen van inzicht of net even andere belangen. Dat komt omdat we zowel de werkgevers, werknemers en de gepensioneerden vertegenwoordigen. Maar zeker binnen ons bestuur merk je daar niets van en daar ben ik eerlijk gezegd heel trots op.

Zie je hobbels op jullie weg?
Han: De kwaliteit van ons werk moet goed zijn en het is belangrijk dat De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) daarop toezien. Aan de andere kant moet de balans van controle en toezicht niet doorslaan naar bureaucratie. Het voldoen aan toezichtregels moet dus werkbaar blijven. Ik ben overigens blij dat we mensen om ons heen hebben verzameld die goed zijn in het op de juiste manier verantwoording afleggen aan onze toezichthouders.
Bart: Bureaucratie is de paarse krokodil waar we voor moeten waken. Het is noodzakelijk, maar we blijven ons gezonde verstand gebruiken. Ik zie ook nog een andere uitdaging. Beleggen was altijd al belangrijk, maar wordt nog belangrijker. Zeker omdat onze deelnemers meer dan ooit het directe verband tussen beleggingsrendement, kosten, risico’s en opbrengsten gaan zien aan hun eigen pensioenvermogen. Dat persoonlijke pensioenvermogen krijgen ze vanaf januari 2026 -en de ontwikkeling daarvan- te zien in de pensioenplanner. Uitleg van en communicatie over de betekenis van veranderingen van dat vermogen wordt heel belangrijk.
Daar komt nog eens het steeds belangrijkere aspect van duurzaamheid bij. We zijn geen fonds dat actief belegt. We volgen voornamelijk de indexen en letten daarbij extra op duurzaamheid. En als het om verantwoord beleggen gaat: wij zijn er niet zozeer om de wereld te veranderen of maatschappelijke problemen op te lossen. We zijn er voor een goed pensioen in een leefbare wereld. En we sluiten onze ogen niet voor problemen die dat goede pensioen kunnen bedreigen. Bijvoorbeeld het klimaatprobleem. Beleggen in fondsen die de klimaatproblemen vergroten, is een groot risico voor een goed pensioen. Dat doen we dus niet. Maar we springen niet in op hypes. We beleggen voor de lange termijn. Onze horizon is 60 jaar. Dat vergt een pragmatische en goed doordachte houding, zonder veel korte-termijn-waardeoordelen over goed of fout. Maar dus wel met aandacht voor maatschappelijke veranderingen en nieuwe inzichten.