Navigatie overslaan

Vast of variabel pensioen

In de nieuwe pensioenregeling in 2027 maak je voorlopige keuze voor je pensioen als je 58 wordt. Of als je 58 of ouder bent als de nieuwe regeling ingaat. Je krijgt hierover vanzelf bericht.

Voorlopige keuze 58 jaar

Je hebt 2 mogelijkheden:

  1. een variabel pensioen bij ons
  2. een vaste uitkering bij een verzekeraar

Je keuze bepaalt hoe wij je pensioen beleggen. Als je met pensioen gaat, maak je een definitieve keuze.

Variabel pensioen: in 10 jaar omgezet naar CVP

We zetten 10 jaar lang elk jaar een deel van je pensioenvermogen om naar het Collectief Variabel Pensioen (CVP). Door dit in 10 jaar te doen, ben je niet afhankelijk van de rente op 1 moment. Het deel dat is omgezet naar het CVP beleggen we volgens een collectieve beleggingsmix. In het CVP delen de deelnemers een aantal risico’s met elkaar. Je leest onderaan de pagina welke risico’s dit zijn.

Op je 68e is je pensioen helemaal omgezet naar CVP. Ga je eerder met pensioen? Dan zetten we het overgebleven kapitaal in 1 keer om.

Ben je al ouder dan 58 als je deze keuze maakt?

Bijvoorbeeld omdat je later in dienst bent gekomen. Of als we in 2027 overgaan naar de nieuwe regeling? Dan zetten we het deel om dat voor jouw leeftijd geldt.

Welk deel zetten we om bij welke leeftijd?

Je leeftijd op 31 december Deel van het pensioenkapitaal dat we toevoegen aan het CVP
58 1/10
59 1/9
60 1/8
61 1/7
62 1/6
63 1/5
64 1/4
65 1/3
66 1/2
67 -
68 1/1 op de standaard pensioendatum

Maak je geen keuze?

Dan zetten wij je pensioen om naar een variabel pensioen.

Vast pensioen blijven we beleggen

We beleggen volgens jouw risicoprofiel. Je kunt kiezen voor minder, meer of gemiddeld risico. Daarnaast houden we rekening met je leeftijd. Als je dichter bij je pensioen komt, nemen we altijd minder risico met beleggen.

Met pensioen: definitieve keuze

Ga je met pensioen? Dan maak je jouw definitieve keuze: variabel, variabel dalend of vast pensioen. Een variabel dalend pensioen is bij de start hoger en daalt daarna. Bijvoorbeeld als je meer geld wil als je nog niet heel oud bent.

Kies je voor een vast pensioen? Dan koop je met je kapitaal een uitkering bij een verzekeraar. De rente op dat moment bepaalt voor een groot deel hoe hoog je uitkering is.

Variabel pensioen: spreiding resultaten

Je pensioen beweegt mee met de resultaten van het CVP. De winsten of verliezen van een jaar worden over 5 jaar verspreid. Zo voorkomen we grote schommelingen in de hoogte van je pensioen. Gaan de beleggingen goed? Dan kan je pensioen stijgen. Gaan ze minder goed? Dan kan je pensioen dalen. Naar verwachting levert het CVP op termijn een hoger pensioen op.

Welke risico’s deel je in het CVP?

  • Het resultaat van de beleggingen

    We beleggen volgens een mix. Dat is een verzameling van verschillende soorten beleggingen. We kopen bijvoorbeeld aandelen, dus een deel van een bedrijf. We kunnen dan delen in de winst. Of staatsobligaties, dat zijn leningen aan landen. We krijgen dan rente. Aandelen geven vaak meer winst, maar er is ook een grotere kans op verlies. Obligaties geven meestal minder winst, maar meer zekerheid.

  • De hoogte van de rente

    Een lage rente maakt pensioen duurder. Wij hebben daardoor meer geld nodig om hetzelfde pensioen te kunnen uitbetalen. We kunnen dan dus lagere pensioenen uitkeren. Andersom geldt dit ook: als de rente hoog is, kunnen we hogere pensioenen uitkeren.

  • Het sterfteresultaat

    Wij betalen levenslange ouderdomspensioenen en levenslange pensioenen aan je partner als je overlijdt. Als iemand bijvoorbeeld langer leeft dan verwacht, hebben we meer geld nodig. Dan kunnen de uitkeringen lager worden.

  • De ontwikkeling van de levensverwachting

    Met de levensverwachting kijken we vooruit: we reserveren geld om uit te keren op basis van de levensverwachting. Als mensen gemiddeld langer leven, hebben we meer geld nodig. Dan kunnen de uitkeringen lager worden. En omgekeerd.