Variabele pensioenuitkering
In de pensioenregeling die naar verwachting ingaat op 1 januari 2027, kun je net voor je pensioendatum kiezen voor een variabele pensioenuitkering. Een variabele pensioenuitkering beweegt mee met de resultaten van de beleggingen. Dat betekent dat jouw pensioenuitkering kan stijgen als het goed gaat met de economie en beleggingen, maar ook kan dalen als het tegenzit. Standaard ga je bij Pensioenfonds APF met pensioen als je 68 jaar bent. 10 jaar voor de standaard pensioendatum maak je een voorlopige keuze tussen een vaste of variabele pensioenuitkering.
Jouw pensioenpotje bij keuze voor een variabele pensioenuitkering
Je pensioenpotje wordt bij een voorlopige keuze voor een variabele pensioenuitkering alvast geleidelijk overgebracht naar het Collectief Variabel Pensioen (CVP). Daarmee spreiden we het risico van een lage marktrente op het moment dat je met pensioen gaat. Een lage rente bij omzetten van je pensioenpotje naar een pensioenuitkering, zou betekenen dat je een lagere pensioenuitkering krijgt. Binnen het CVP wordt het risico van lage beleggingsresultaten ook gespreid over enkele jaren, om extreme verschillen in je pensioen van jaar tot jaar te voorkomen.
De manier hoe jouw pensioenpotje wordt belegd dat nog niet naar het CVP is overgebracht, blijft gelijk tot je pensioendatum, via een gemiddeld, hoog of laag beleggingsrisico. Dat kun je nog steeds kiezen op grond van je risicoprofiel.
Kort voor jouw pensioendatum maak je een definitieve keuze. Kies je toch voor een vaste pensioenuitkering? Dan gaat dat via een andere partij dan Pensioenfonds APF. Kies je definitief voor een variabele pensioenuitkering? Dan wordt het laatste deel van jouw pensioenpotje op dat moment overgezet in het CVP.